go to navigation or straight to content

7. Wat kan ik zelf doen?

Niet alleen de industrie en grote bedrijven gebruiken energie en stoten broeikasgassen uit. Jijzelf doet hier in het dagelijks leven ook aan mee. Er is een aantal dingen waar je zelf op kan letten om beter met het klimaat om te gaan.

7.1 Apparaten

In huis staan verschillende elektrische apparaten die allemaal energie verbruiken. Bijvoorbeeld de computer die je waarschijnlijk nu aan hebt staan. Om energie te besparen, moet je al deze apparaten (zoals de computer en de tv) uitzetten wanneer je ze niet gebruikt. Maar zelfs in de stand-by stand wordt op jaarbasis nog veel energie verbruikt. Het is daarom het beste om de stekker zelfs helemaal uit het stopcontact te halen. Als je nieuwe apparaten aanschaft, is het verstandig om te letten op het stroomverbruik en het eerder genoemde energie label. Koop alleen producten die een A-label hebben. Als je zelf de was doet, is het verstandiger om je was op lagere temperatuur te draaien (30 tot 40 graden).

7.2 Verlichting

In Nederland is het nog niet verplicht om gloeilampen door spaarlampen te vervangen, maar door dit toch vrijwillig te doen, wordt veel energie bespaard. Een spaarlamp is immers 80% zuiniger dan een normale gloeilamp. Wanneer je gebruikmaakt van buitenverlichting, kan je kiezen voor een ‘bewegingslamp’. Deze springt pas aan wanneer er iemand in de buurt komt. De buitenlamp brandt hierdoor niet onnodig lang.

7.3 Water en verwarming

Jaarlijks verbruiken huishoudens grote hoeveelheden water en gaat veel energie verloren aan verwarming van huizen. Om energie te besparen, kan je de thermostaat een graadje lager zetten dan normaal. Hiermee bespaar je gemiddeld 7% op je totale energieverbruik voor verwarming. Zet de thermostaat één uur voor je gaat slapen 5 tot 7 graden lager. Probeer zoveel mogelijk warmte binnen te houden door je huis goed te isoleren. Als de CV ketel moet worden vervangen, kies dan een CV ketel met een Hoog Rendement (HR). Verder bestaat er elektriciteit die is opgewekt uit duurzame energiebronnen, de zogenaamde ‘groene stroom’. Het waterverbruik kan je beperken door te douchen in plaats van in bad te gaan. Met douchen verbruik je gemiddeld veel minder water.

7.3.1 Zonneboiler

Een andere manier om energiekosten voor warm water te besparen, is door het installeren van een ‘zonneboiler’. Hiermee voorkom je bovendien veel CO2 uitstoot. Een zonneboiler bestaat uit een zonnepaneel dat meestal op het dak van het huis wordt geplaatst en een voorraadvat. Wanneer de zon op het paneel schijnt, wordt zonne-energie omgezet in warmte. Deze warmt het water op dat in de buizen in het zonnepaneel zit. Een apparaatje meet het temperatuurverschil tussen het water in het zonnepaneel en het water in het opslagvat (de boiler). Als het water in het paneel warmer is, gaat er een pomp in werking die het water laat stromen. Warm water uit het paneel stroomt dan naar de boiler en koud water uit de boiler naar het paneel. Zo wordt het voorraadvat langzaam gevuld met warm water. Doordat de zon de grote energieleverancier is bij dit systeem, bespaar je een grote hoeveelheid CO2. Bij gebruik van elektriciteit voor verwarming van water geldt dat voor één kilowattuur (kWh) elektriciteit uit de verbranding van kolen minstens 850 gram CO2 vrij komt, bij gasverbranding is dat 400 gram en bij zonlicht slechts 50 gram. Dat is nogal een verschil. Dat er bij zonne-energie toch CO2 vrijkomt heeft te maken met de productie van de totale installatie zelf, daarbij wordt CO2 uitgestoten. Een zonneboiler heeft echter na een jaar al net zoveel CO2 bespaard als bij de productie is vrijgekomen.


Figuur 7.3.1, bron: www.gemeenteschijndel.nl

7.3.2 Warmtepomp

Een ander klimaatvriendelijk systeem is de warmtepomp. Die gebruikt de warmte uit de natuur (uit de lucht, bodem of water) om het water in huis en het huis zelf te verwarmen. Een vloeistof met een laag kookpunt is hier het transportmiddel. Daardoor hoeft de bodemtemperatuur niet bijzonder hoog te zijn om de vloeistof te laten verdampen. Een speciaal apparaat (een compressor) drukt de damp samen (vergelijkbaar met waterdamp als je water kookt).Hierdoor stijgt de temperatuur van de damp. Daarna zet het apparaat de damp weer om in water (condenseren). Bij deze overgang van damp naar vloeistof komt veel warmte-energie vrij. Deze warmte is geschikt voor de verwarming van het huis en van water. Een warmtepomp haalt haar energie op deze manier voor 70% tot 80% uit de natuur. De rest komt van de elektrische energie die nodig is voor de aandrijving van het systeem. Voor een grafische uitleg zie figuur 7.3.2.


Figuur 7.3.2, bron: www.lamont-koeltechniek.be

7.4 Voeding

Ook als je gezonder eet, kun je een bijdrage leveren aan het klimaat. Volgens CLM Onderzoek en Advies kan dat zelfs net zoveel broeikasgassen schelen als 3000 km minder autorijden. Vooral als je minder rundvlees eet en meer voedsel van eigen bodem. Als je bijvoorbeeld 1 portie rundvlees vervangt door pluimveevlees, bespaar je ongeveer net zoveel broeikasgassen als 10 km minder autorijden. Ook kun je beter seizoensgroenten uit eigen land eten dan groenten van ver weg. Voor de aanvoer uit eigen land is natuurlijk minder transport nodig en dat scheelt in de uitstoot van schadelijke stoffen.

7.5 Vervoer

Probeer vaker gebruik te maken van het openbaar vervoer of reis met meerdere mensen samen. Iedere kilometer die je rijdt met je eigen brommer, scooter of auto betekent weer een klein beetje extra CO2 uitstoot. Rijd rustig en gelijkmatig, dus probeer niet te vaak te remmen en snel op te trekken. Controleer regelmatig de bandenspanning. Een verkeerde bandenspanning zorgt voor extra energieverlies. In figuur 7.5 zie je dat zowel een te hoge druk als een te lage druk leidt tot onnodig energieverbruik.


Figuur 7.5, bron: michelintransport.nl

7.6 Klimaatcompensatie

Klimaatcompensatie is het compenseren van je persoonlijke CO2 uitstoot: de hoeveelheid CO2 die je uitstoot probeer je ergens anders te verminderen. Dit kan door extra bomen te planten. Bomen nemen immers CO2 op uit de lucht en zetten dit om in zuurstof. Ook kun je klimaatbelastende activiteiten vervangen door klimaatvriendelijke, bijvoorbeeld een windmolenpark in plaats van een kolencentrale. Natuurlijk kun je niet zomaar in je eentje een windmolenpark opzetten. Daarom kan je geld geven aan speciale bedrijven die investeren in klimaatprojecten om daarmee jouw CO2 productie op te heffen. Dus, terwijl jouw CO2 uitstoot gelijkblijft daalt deze ergens anders en neemt de totale CO2 concentratie op aarde af.

Voor meer informatie kan je de volgende filmpjes bekijken:

Bekijk het wetenschappelijk achtergronddocument van Climate Quest: Klimaatverandering: oorzaken, gevolgen en oplossingen Authors: Rens Kortmann (CE Delft), Edgar Peijnenborgh (RPS), Judith Harrewijn en Lindske van Hulst (SME Advies)

1. Klimaat

2. Klimaatverandering in het verleden

3. Klimaatverandering in de toekomst

4. Oorzaken van de huidige klimaatverandering

5. Gevolgen van klimaatverandering

6. Maatregelen tegen klimaatvervandering

7. Wat kan ik zelf doen?

8. Alternatieve energiebronnen

9. Het klimaatbeleid van de Verenigde Staten

10. Nog meer over het klimaat