go to navigation or straight to content

8. Alternatieve energiebronnen

Vrijwel niets kan bewegen en functioneren zonder energie. Dat geldt niet alleen voor apparaten maar ook voor mensen. Als we eten haalt ons lichaam energie uit het voedsel door het te verbranden, waarbij chemische energie vrijkomt. Om apparaten en machines te laten werken maken we gebruik van een andere vorm van energie: elektrische energie. Ook deze energie moet ergens vandaan komen en 85% wordt opgewekt met behulp van ‘fossiele brandstoffen’. Fossiele brandstoffen worden zo genoemd omdat ze miljoenen jaren geleden zijn ontstaan uit versteende resten van planten en dieren. Voorbeelden zijn olie, gas en kolen. Een nadeel is dat bij verbranding van deze stoffen grote hoeveelheden CO2 vrijkomen die het broeikaseffect versterken. Bovendien zijn fossiele brandstoffen niet duurzaam: je kunt ze maar één keer gebruiken. Dit betekent dat er ooit een moment zal komen dat deze brandstoffen op zijn. Daarom wordt er de laatste tijd veel aandacht besteed aan het gebruik van ‘alternatieve’ energiebronnen die wel duurzaam zijn en waarbij minder of geen broeikasgassen vrijkomen.


Figuur 8.0, energieverbruik in Nederland, bron: www.peakoil.nl

8.1 Kernenergie

8.1.1 Hoe werkt het?

Deze vorm van elektrische energie wordt opgewekt in zogenaamde ‘kerncentrales’. Het proces van energieopwekking is gebaseerd op ‘kernsplitsing’. Om dit proces te begrijpen moet je eerst wat meer over atomen weten. Zoals als je in paragraaf 2.3.3 kan lezen is een atoom te vergelijken met een knikker maar dan zo klein dat die niet met het blote oog te zien is. Ieder atoom (knikker) heeft een kern die is opgebouwd uit ‘protonen’ en ‘neutronen’. Om te zorgen dat deze kleine deeltjes niet uit het atoom vallen worden ze bij elkaar gehouden door energie. Deze energie noemen we bindingsenergie. In figuur 8.1.1.1 zie je hier een voorstelling van.


Figuur 8.1.1.1, atoom met atoomkern, bron: http://www.aljevragen.nl/sk/atoombouw/ATM048.html

Als atomenkernen heel hard tegen elkaar aanbotsen, kunnen ze zo’n klap krijgen dat de kleine protonen en neutronen niet langer bij elkaar kunnen worden gehouden door de bindingsenergie. De kern breekt daardoor en de neutronen en protonen vallen uit elkaar. Omdat de bindingsenergie niet langer nodig is om de protonen en neutronen bij elkaar te houden komt deze ‘vrij’. In een kerncentrale wordt dit proces op grote schaal uitgevoerd.


Figuur 8.1.1.2, vrijkomen van energie bij uit elkaar vallen van atoomkern, bron: www.martinustso.be

In een grote ketel laat men atomen met grote snelheden op elkaar botsen waarbij de kernen uit elkaar vallen en energie vrijkomt. De energie komt vrij in de vorm van warmte. Deze warmte wordt gebruikt om water op te warmen en uiteindelijk te laten verdampen. Vervolgens wordt de waterdamp gebruikt om een turbine aan te drijven (een soort waterrad). Die turbine gaat hard draaien en daardoor wordt elektrische energie opgewekt (dit is te vergelijken met het dynamo op je fiets dat door hard te draaien stroom naar je fietslampje stuurt).

Kernenergie is helaas geen goed alternatief voor fossiele brandstoffen. Voor de kernsplitsing is namelijk de stof ‘uranium’ nodig. Deze stof is niet in oneindig grote hoeveelheden beschikbaar. Naar verwachting zal de vraag naar uranium de komende decennia flink stijgen. Hierdoor zal uiteindelijk de prijs hoger worden en wordt de productie van kernenergie een stuk duurder.

8.1.2 Kernafval

Het grote voordeel van kernenergie is dat er bij de opwekking geen CO2 vrijkomt. Het is dus beter voor het milieu. Het nadeel is dat er bij de splitsing van de atoomkernen niet alleen warmte maar ook ‘straling’ vrij komt. Deze straling wordt radioactieve straling genoemd en is bijzonder schadelijk voor dieren, planten en mensen. De straling mag daarom niet in het milieu terecht komen en wordt samen met andere radioactieve stoffen die bij het proces vrijkomen op een veilige plaats opgeslagen. Het opslaan van dit radioactieve afval is complex, radioactief afval blijft namelijk nog duizenden jaren actief. Het moet worden opgeslagen op een plaats waar gedurende die periode geen gevaarlijke straling uit kan ontsnappen. Tegelijkertijd moet het bereikbaar blijven voor het moment waarom wetenschappers een mogelijkheid vinden om radioactief afval op andere manieren te verwerken. In de meeste landen wordt het afval diep onder de grond gestopt.


Figuur 8.1.2, bron: www.groen.be

8.1.3 Maatschappelijke discussie

De aanwezigheid van kerncentrales wekt in veel landen discussies op. Mensen zijn bang voor een kernramp zoals die in Tsjernobyl. In deze Oekraïense stad ontplofte in 1986 een kernreactor in een kerncentrale. Daardoor kwam radioactieve straling vrij. Als gevolg van de straling hebben vele mensen die in de stad woonden kanker gekregen of zijn overleden. Tegenstanders van kerncentrales zijn bang dat een dergelijke ramp opnieuw zal plaatsvinden. Ze vinden het risico dat er radioactieve straling vrijkomt te groot. Voorstanders benadrukken het feit dat kerncentrales tegenwoordig veiliger zijn en dat er strenge controle is op het naleven van de veiligheidsmaatregelen.


Figuur 8.1.3.2, gemaakt door Cor Versteeg

8.2 Zonne-energie

De hoeveelheid energie die doormiddel van zonnestraling per dag de aarde bereikt is 9000 maal groter dan de energiebehoefte van de gehele wereld! Het lijkt is dus logisch dat wetenschappers op zoek zijn naar nieuwe methoden om de zon als energiebron te benutten. De voordelen van het gebruik van de zon zijn onder andere dat het niet vervuilt (er komen geen broeikasgassen vrij), het is gratis en het is veilig.

8.2.1 Zonnepanelen

In paragraaf 7.3.1 wordt uitgelegd hoe je zelf energie kan besparen door gebruik te maken van een zonnepaneel om water in een boiler op te warmen. Zonnepanelen kunnen ook gebruikt worden om op grotere schaal elektriciteit op te wekken maar dit komt nog maar weinig voor. Zonne-energiecentrales zijn namelijk duur om te bouwen. Er zijn duizenden vierkante meters nodig om een klein dorp van stroom te voorzien. Daarnaast hangt de hoeveelheid energie die kan worden opgewekt af van de hoeveelheid zonnestraling. Als het een paar dagen achter elkaar bewolkt is kan er maar weinig zonne-energie geproduceerd worden. Hier komt bij dat de zonnepanelen zelf erg kostbaar zijn.

Omdat zonne-energie toch belangrijke voordelen heeft (zoals de reductie van de concentratie broeikasgassen) wordt er de laatste jaren veel onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van efficiëntere zonnepanelen. Met de verwachte technologische ontwikkelingen zal het gebruik van zonnepanelen op grote schaal over een aantal jaar al rendabel zijn. Enkele deskundigen voorspellen zelfs dat zonne-energie op den duur de belangrijkste alternatieve energiebron zal worden. Om het opzetten van zonnecentrales tot die tijd economisch aantrekkelijker te maken worden in sommige landen subsidies verstrekt voor het gebruik van zonnepanelen. In bijvoorbeeld Duitsland en Spanje zijn vanwege de gunstige subsidieregelingen grote installaties met duizenden vierkante meters zonnepanelen gebouwd.

8.2.2 Zonnetoren

Een nieuwe ontwikkeling op het gebied van zonne-energie is de ‘zonnetoren’. Dit is een methode om op grootschalige manier zonne-energie op te wekken. Het principe is redelijk eenvoudig. De zonetoren is grofweg in twee stukken op te delen: een groot cirkelvormig deel en de toren. Het cirkelvormige deel is te vergelijken met een enorme broeikas. Het dak is gemaakt van een speciaal soort plastic of glas. Overdag valt hier zon op waardoor de grond en de lucht binnenin de broeikas worden verwarmd. Warme lucht stijgt op maar omdat het dak de warmte tegenhoudt kan deze niet zomaar ontsnappen. Het dak is aan de zijkanten van de cirkel lager maar wordt hoger naarmate het dichter bij de toren komt. Hierdoor verplaatst de lucht die wil opstijgen zich langzaam richting het midden van de cirkel waar het, eenmaal aangekomen in de toren, wel kan opstijgen. De warme stijgende lucht creëert vervolgens een krachtige luchtstroming waardoor in de toren windturbines worden aangedreven. Hierdoor wordt uiteindelijk elektrische energie opgewekt. In figuur 8.2.2.1 kan je zien hoe de luchtstromen zich in het systeem verplaatsen.


Figuur 8.2.2.1 , luchtstromingen in de zonnetoren, bron: www.natuurkunde.nl

Doordat de warme lucht via het midden van de cirkel de broeikas verlaat is er in de kas weer ruimte voor nieuwe koude lucht van buiten. Deze lucht warmt uiteindelijk ook weer op, verplaatst zich naar de toren, stijgt op en zet de windturbine in gang. Zo blijft het proces zich constant herhalen. De zonnetoren werkt zelfs ’s nachts. De grond die overdag is opgewarmd koelt langzaam af en geeft daarom ook ’s nachts warmte af waardoor het proces ook in het donker door kan gaan.

Om te testen of de zonnetoren inderdaad werkt en genoeg energie zal opleveren is in 1981/1982 in Spanje een testtoren gebouwd. De toren was 195 meter hoog en het cirkelvormige dak had een doorsnede van 10 meter. De uiteindelijke resultaten waren positief en een zonnetoren leek commercieel haalbaar te zijn. Daarom is in Australië het bedrijf EnviroMission gestart met het bouwen van een reusachtige zonnetoren. Het cirkelvormige dak zal een doorsnede van 5km krijgen. De toren zelf heeft een doorsnede van 150 meter en zal maarliefst 1km hoog worden. Vergelijk deze afmetingen maar eens met de oude testtoren in Spanje! EnviroMission wil het project in 2010 voltooien en het zal ongeveer 800 miljoen dollar gaan kosten.


Figuur 8.2.2.2, toekomstige zonnetoren in Australië, bron: www.gosunsolutions.com

8.3 Waterkracht

8.3.1 Hoe werkt het?

Dit is energie opgewekt uit stromend water. Het principe van waterkracht is al eeuwen oud. Ongeveer 2300 jaar geleden maakten de mensen al gebruik van waterwielen om bijvoorbeeld molens te laten draaien. Vandaag de dag gebruiken we waterkracht om waterturbines aan te drijven. Zoals je in figuur 8.3.1 kan zien valt het water op de schoepen van een turbine. Hierdoor gaat de as van het waterrad draaien. De as is gekoppeld aan een generator waar vervolgens stroom wordt opgewekt. Dit principe is te vergelijken met de werking van je dynamo.


Figuur 8.3.1, energie opwekking door waterkracht, bron: www.kta1-hasselt.be

Zoal je weet stoomt water in rivieren niet altijd even snel. Om water harder te laten stromen is hoogteverschil nodig. Daarom vindt je de meeste waterkrachtcentrales in de bergen. Als het regent kunnen bergstromen redelijk wild zijn. Ten tijde van droogte kunnen bergrivieren echter droog komen te liggen. Om toch zeker te zijn van voldoende aanvoer van water wordt er meestal een ‘stuwmeer’ aangelegd. Dit is een kunstmatig aangelegd meer dat is ontstaan doordat er een dam in een rivier is gebouwd. Met behulp van de stuwdam wordt de waterhoogte in het meer en de hoeveelheid water die door de waterturbine stroomt geregeld. Een ander voordeel is dat er met behulp van zo’n stuwdam een enorm hoogteverschil gerealiseerd kan worden. Zoals je ziet bevindt het water aan de rechterkant van afbeelding 8.3.1 zich op veel grotere hoogte dan het water aan de linkerkant. Door dit hoogteverschil stroomt het water met extra veel kracht door de turbine en kan meer elektriciteit worden opgewekt.

8.3.2 Waterkracht in Nederland.

In Nederland staan 4 middelgrote waterkrachtcentrales en 2 kleinere. Deze waterkrachtcentrales werken iets anders dan de centrales in de bergen. Omdat Nederland redelijk plat is wordt gebruik gemaakt van de druk van het water in plaats van het hoogteverschil. Er passeren grote hoeveelheden water in korte tijd en de centrales maken gebruik van de druk vóór en achter de turbine. In de bergen wordt de snelheid van het water meer benut. Omdat de aanvoer van water in Nederland constanter is dan in de bergen hoeven hier geen stuwmeren gebouwd te worden. De meeste centrales worden wel in de buurt van een kleine stuwdam gebouwd om toch van een klein hoogteverschil te kunnen profiteren. In 2005 bedroeg de energieproductie van de Nederlandse waterkrachtcentrales samen 88 GWh. Met deze hoeveelheid kunnen ongeveer 26.000 huishoudens van elektriciteit worden voorzien.


Figuur 8.3.2, waterkrachtcentrales in Nederland, bron: www.milieucentraal.nl

8.3.3 Voor en nadelen

Het grote voordeel van waterkracht is dat het een duurzame energiebron is. De bron is onuitputtelijk en bovendien ontstaan er geen schadelijke stoffen bij het opwekken van elektriciteit. Een nadeel is dat stuwdammen ecosystemen kunnen aantasten. Verschillende vissoorten zwemmen met de stroom mee en kunnen daardoor tussen de turbinebladen terecht komen en vermalen worden. Dit zorgt voor grote vissterfte. De vissen kunnen beschermd worden door ‘Visgeleidingssystemen’ te plaatsen. Dergelijke systemen leiden de vissen via vistrappen en buizen langs de waterkrachtcentrale. Ze worden nu nog nauwelijks toegepast maar dit moet in de toekomst veranderen.


Figuur 8.3.3, vistrap

8.4 Windenergie

8.4.1 Hoe werkt het?

Een van de bekendste alternatieve energiebronnen in Nederland is ‘windenergie’. Al eeuwen worden in ons land molens gebruikt om bijvoorbeeld graan te malen of meren droog te leggen. Tegenwoordig worden speciale windmolens gebouwd om elektriciteit op te wekken. De rotorbladen (meestal 3) gaan draaien als de wind er langs blaast. De bladen komen samen bij de hoofdas die mee draait. De draaiende beweging van de as wordt versneld door een tandwielkast. De as drijft op zijn beurt een generator aan die elektriciteit opwerkt. Bovenop de windmolen staat een windmeter. Deze meet de kracht van de wind en de richting. Met behulp van deze windrichting meter kan de kop van de molen automatisch in de richting van de wind worden gedraaid.


Figuur 8.4.1.1, inhoud kop van windturbine, bron: mediatheek.thinkquest.nl

Het vermogen van een windmolen wordt bepaald door de grootte van de rotorbladen. Hoe groter de bladen zijn, hoe groter het vermogen. Daarom worden de laatste jaren steeds grotere windmolens gebouwd. Daarnaast hangt de elektriciteitsopbrengst af van de hoeveelheid wind. Bij ongeveer windkracht 2 begint een windmolen te werken en bij windkracht 6 à 7 wordt de maximale capaciteit bereikt. Bij hogere windsnelheden worden de molens stopgezet wegens het risico op schade.

8.4.2 Voor en nadelen

Windkracht is een schone en duurzame energiebron. Vooral in Nederland is het gebruik van windmolens een goede optie aangezien het hier vaak waait (met name aan de kust). Het plaatsen van windmolens heeft helaas ook nadelen. Ten eerste lopen vogels het risico tegen de turbines aan te vliegen of door de luchtstroming achter de turbine gegrepen te worden. Dit leidt tot vogelsterfte. Volgens schattingen is de kans op botsingen echter klein. Men verwacht dat het aantal vogels dat jaarlijks sterft door windturbines slechts 1% bedraagt van het totale aantal vogels dat bijvoorbeeld jaarlijks om komt in het verkeer.


Fig. 8.4.2.1 diameter windmolen bron: bron: www.daviddarling.info

Een serieuzer probleem betreft het plaatsen van de turbines. Windmolens moeten op een bepaalde minimale afstand van elkaar geplaatst worden om optimaal te kunnen werken. Als vuistregel geldt dat er tussen de turbines een afstand van vijf keer de diameter van het rotorblad moet zitten. Omdat de molens de laatste jaren steeds groter worden nemen de onderlinge afstanden toe. Windparken beslaan hierdoor een enorm oppervlak. Sommige mensen beschouwen de windturbines als verstoring van het landschap. Ze vinden de spierwitte molens lelijk en noemen het ‘horizonvervuiling’. Daarnaast maken de apparaten veel lawaai en moeten daarom op voldoende afstand van woonomgeving gebouwd worden om geluidsoverlast te voorkomen.


Figuur 8.4.2.2, horizonvervuiling

Een ander nadeel is dat windenergie geen constante energieproductie oplevert. De hoeveelheid elektriciteit die kan worden geproduceerd hangt af van de hoeveelheid wind en die is niet constant. Sterker nog, geen wind betekent geen elektriciteit! Een mogelijke oplossing is het combineren van windenergie met zonne-energie. Als het windstil is, is het immers vaak zonnig. Bij gebrek aan wind zou het dan mogelijk zijn om op zonne-energie (of een alternatieve energiebron) over te schakelen. Of dit inderdaad zal werken moet nog uit onderzoek blijken.

Een van de grote voordelen van windenergie is het feit dat er geen CO2 bij vrij komt. Als het wordt gebruikt om een deel van de energieproductie van kolen- en gascentrales te vervangen kan dit leiden tot een CO2 reductie. Met het oog op het Kyoto protocol is dit een van de redenen waarom de regering het gebruik van windturbines stimuleert. Daarnaast zal op een dag de voorraad fossiele brandstoffen op zijn. Windenergie biedt dan een goed alternatief aangezien het duurzaam is. Wind raakt immers niet op. In vergelijking met kernenergie heeft windenergie het voordeel dat er geen schadelijk afval geproduceerd wordt.

8.4.3 Windenergie in Nederland

Eind 2005 stonden er 1707 windturbines in Nederland. Samen produceerden ze 2060 GWh. Dit is genoeg elektriciteit voor 615.660 huishoudens. Vergelijk dit maar eens met de hoeveelheid energie die in ons land jaarlijks wordt opgewekt door middel van waterkracht! Greenpeace ziet de toekomst van windenergie positief tegemoet. De organisatie stelt voor om windmolens op zee te plaatsen. Als 1,5% van de Noordzee wordt vol geplant met windmolens zou dit voldoende energie opleveren om te voorzien in 1/3 van het totale elektriciteitsverbruik van Denemarken, Duitsland, Nederland, België en het Verenigd Koninkrijk samen!


Figuur 8.4.3, windturbines in Egmond aan zee, bron: shell.nl

8.5 Geothermische energie

8.5.1 Hoe werkt het?

Geothermische energie betekent letterlijk ‘aardwarmte energie’. Geo betekent ‘aarde’ en ‘thermisch’ staat voor warmte (denk maar aan thermometer). Bij deze vorm van energie wordt de warmte van de aarde benut. Tot 100 meter onder de grond is de warmte vooral afkomstig van de zon. In de zomer wordt de grond langdurig opgewarmd. Deze warmte wordt vastgehouden en kan in de winter benut worden. Een systeem dat hiervan gebruik maakt is de ‘warmtepomp’. Dit principe is uitgelegd in paragraaf 7.3.2.

Dieper in de aarde zijn soms warmwaterreservoirs of warm gesteente te vinden. Deze zijn niet door de zon opgewarmd maar vanuit het binnenste van de aarde. Zoals je weet bevindt zich namelijk in het diepste van onze aardbol een dikke laag groeiend heet gesteente, beter bekend als ‘lava’. De lava straalt warmte uit naar ondieper gelegen aardlagen. Over het algemeen geldt, hoe dieper je in de aardkorst boort en hoe dichter je bij de lava komt, hoe warmer het wordt. Op sommige plaatsen worden daardoor waterreservoirs verwarmd. De reservoirs kunnen gebruikt worden om warm water uit te halen. Meestal is de temperatuur hiervan zo hoog dat er stoom ontstaat. Met de stoom kan een turbine worden aangedreven en uiteindelijk elektriciteit worden opgewekt. Vaak wordt nieuw koud water het reservoir ingepompt om ervoor te zorgen dat de bron niet leeg raakt. Dit water warmt op en kan opnieuw gebruikt worden.


Fig. 8.5.1.1, doorsnede aarde, bron: geocities.nl

Om de hitte van gesteente te benutten wordt water onder enorme druk het gesteente in gepompt. Door de druk ontstaan speten in de ondergrond waar de vloeistof zich een weg door kan banen en zo langzaam opwarmt . Het hete water wordt vervolgens weer opgezogen om hiermee gebouwen te verwarmen of, als er stoom bij ontstaat, elektriciteit op te wekken. Soms worden speciale buizen in het gesteente aangelegd om water door te laten stromen. Het water neemt zo nog steeds de warmte van het gesteente op maar het voordeel is dat er niets in het gesteente verloren gaat.


Fig. 8.5.1.2

  1. water wordt in gesteente gepompt
  2. water warmt op in gesteente
  3. warm water wordt opgezogen
  4. water/stoom bereikt energie centrale
  5. uit stoom wordt elektriciteit opgewekt

In gebieden met vulkanische activiteit bevindt de lava zich relatief dicht bij het aardoppervlak. Hier kan je een speciaal soort warmwaterreservoir aantreffen. De reservoirs bevinden zich ondiep in de grond en kunnen water (of eigenlijk stoom) bevatten van enkele honderden graden Celsius. Door de enorme druk kunnen zulke watervoorraden spontaan uit de grond omhoog spuiten. Dit fenomeen is bekend als ‘geisers’. In plaats van de stoom te laten ontsnappen, kan het eerder weggepompt worden om het te gebruiken bij het verwarmen van huizen of bij de opwekking van elektriciteit. Meestal wordt het water hierna terug de grond in gepompt. Hiermee wordt de bron niet alleen geschikt gemaakt voor hergebruik, maar wordt de omgeving ook een hoop stank bespaard. Water uit vulkanische gebieden bevat namelijk een hoop zwavelverbindingen en de geur daarvan is te vergelijken met die van rotte eieren!


Figuur 8.5.1.3, een geiser

8.5.2 Voor en nadelen

Geothermische energie is onuitputtelijk. Zolang de aarde warm blijft kan er gebruik van worden gemaakt bij het opwekken van elektriciteit en het verwarmen van gebouwen. Daarnaast is het een relatief schone energiebron. Alleen in vulkanische gebieden kunnen schadelijke stoffen in het water voorkomen maar als dit water weer terug de grond wordt ingepompt kan dit weinig kwaad. In vergelijking met kernenergie is men bij dit alternatief niet afhankelijk van kostbare grondstoffen zoals uranium. Alleen voor het aanleggen van de leidingen en het gebruik van de warmtepomp worden soms fossiele brandstoffen gebruikt. Deze hoeveelheid is echter te verwaarlozen.

Een nadeel is dat gebruikers in de buurt van de bron moeten wonen als deze niet wordt gebruikt om elektriciteit mee op te wekken, maar alleen als warmwaterbron. Als het water over grote afstand getransporteerd moet worden gaat hierdoor veel warmte verloren. Het grootste probleem van aardwarmte is echter het prijskaartje. De bodemtemperatuur is niet overal gelijk en daarom zijn eerst dure proefboringen nodig om te bepalen of een gebiedt geschikt is voor aardwarmtewinning. Daarnaast is de aanleg van het systeem zelf duur. Het opzetten van een systeem dat energie produceert uit aardwarmte kost tien keer meer dan het opzetten van een systeem voor energiewinning uit fossiele brandstoffen!

8.5.3 Geothermische energie in Nederland

Vanwege de hoge kosten maken energieproducenten in Nederland nauwelijks gebruik van geothermische energie. De bodemopbouw in ons land verschilt regionaal en lokaal sterk op de diepten die voor aardwarmte nodig zijn en er zouden te veel dure proefboringen moeten plaatsvinden. Warmte in ondiepere bodemlagen, die afkomstig is van zonlicht, wordt in Nederland al wel gebruikt. In steeds meer plaatsen worden warmtepompen geplaatst om gebouwen te verwarmen.

In het buitenland is de situatie vaak gunstiger. Vooral in gebieden met vulkanische activiteit waar de warmte zich dicht bij het aardoppervlak bevindt, wordt aardwarmtewinning op grote schaal toegepast. In IJsland wordt bijvoorbeeld ruim 80% van de warmtevraag geleverd door aardwarmte. Aardwarmte wordt momenteel in ongeveer 60 landen benut. De totale hoeveelheid energie die uit deze bron wordt gehaald is voldoende om 7 miljoen huishoudens van verwarming en warm water te voorzien.

Ondanks de kosten kan geothermische energie in de toekomst een belangrijke rol gaan vervullen in ons land. Uit onderzoek blijkt dat in Nederland 90.000 PJ (PetaJoule) energie uit aardwarmte gehaald kan worden. Als je bedenkt dat hier in 2005 ongeveer 3300 PJ werd gebruikt is dat behoorlijk wat! Wat uiteindelijk onze belangrijkste alternatieve energiebron gaat worden zal in de toekomst moeten blijken...


Figuur 8.5.3, waar zal de elektriciteit in de toekomst vandaan komen?

Bekijk het wetenschappelijk achtergronddocument van Climate Quest: Klimaatverandering: oorzaken, gevolgen en oplossingen Authors: Rens Kortmann (CE Delft), Edgar Peijnenborgh (RPS), Judith Harrewijn en Lindske van Hulst (SME Advies)

1. Klimaat

2. Klimaatverandering in het verleden

3. Klimaatverandering in de toekomst

4. Oorzaken van de huidige klimaatverandering

5. Gevolgen van klimaatverandering

6. Maatregelen tegen klimaatvervandering

7. Wat kan ik zelf doen?

8. Alternatieve energiebronnen

9. Het klimaatbeleid van de Verenigde Staten

10. Nog meer over het klimaat