4.4 Bronnen van broeikasgassen
Broeikasgassen zijn gassen die in de atmosfeer bijdragen aan de verhoging van de evenwichtstemperatuur van de aarde. Bijvoorbeeld kooldioxide, water en methaan. Daardoor warmt de atmosfeer op. Dit noemen we het broeikaseffect.
4.4.1 Bronnen van CO2
Vooral de industrie, energiesector, het verkeer en de huishoudens zorgen in Nederland voor een verhoogde CO2-uitstoot. Door de verbranding van fossiele brandstoffen, zoals olie, gas en kolen, komt er veel extra CO2 in de atmosfeer. De verbranding vindt onder andere plaats in verwarmingsketels, auto’s, vliegtuigen, de industrie en energiecentrales. Vanaf het begin van de industriële revolutie zijn er steeds meer fossiele brandstoffen verbrand. De hoeveelheid CO2 is sindsdien met ongeveer 30% gestegen. Ongeveer 60% van de menselijke uitstoot van broeikasgassen bestaat uit CO2.

figuur 4.3 CO2 uitstoot
4.4.2 Bronnen van methaan
Een belangrijke bron van methaan is de veeteelt. In de magen van herkauwers, zoals koeien komt methaan vrij. Andere bronnen zijn vuilstortplaatsen, rijstbouw en moerasgas. Wereldwijd draag de uitstoot van methaan voor 20% bij aan het versterkte broeikaseffect.
4.4.3 Bronnen van lachgas
Lachgas is een gasvormige stikstofverbinding. Vergeleken met CO2 is de uitstoot van lachgas relatief klein. Toch blijft één molecuul lachgas wel 150 jaar in de atmosfeer! Vooral de landbouw produceert lachgas doordat het gas in kunstmest zit. Uiteindelijk zijn de belangrijkste menselijke bronnen van broeikasgassen de energievoorziening, de industrie, het verkeer en vervoer, de land- en tuinbouw en de consumenten. Als je de klimaatverandering, de temperatuurstijging, tegen wilt gaan, kun je als consument dus onder andere letten op je energieverbruik (elektriciteit en verwarming) en ook het vervoermiddel dat je kiest!

