go to navigation or straight to content

1.3 Klimaatfactoren

Zoals we hebben gezien, bestaan er grote verschillen in het klimaat op aarde. Welk klimaat ergens heerst, hangt af van een aantal factoren:

1.3.1 De breedteligging

De breedteligging is van grote invloed op de temperatuur. Het verschil in breedteligging heeft te maken met de afstand tot de evenaar. In figuur 1.3.1 zijn de breedtegraden aangegeven als de horizontale lijnen. Deze lijnen bestaan dus niet echt maar zijn denkbeeldig.


Figuur 1.3.1

Misschien is het je al opgevallen dat de gebieden rond de evenaar over het algemeen erg warm zijn. De regel luidt: hoe dichter bij de evenaar, hoe warmer en hoe verder daarvandaan hoe kouder. Dit temperatuurverschil komt door de bolling van de aarde en de stand van de aarde ten opzichte van de zon. Zoals je ziet in figuur 1.3.2 en 1.3.3 moeten de zonnestralen richting de polen een langere weg afleggen en verder door de atmosfeer reizen dan stralen richting de evenaar. Tijdens deze langere reis verliezen ze meer energie (en dus warmte) en is er dus minder warmte over om de aarde mee te verwarmen. Daarnaast hoeft de zon boven de evenaar met dezelfde hoeveelheid zonnestraling een kleiner oppervlak te verwarmen dan op de polen. Dat komt doordat de zon loodrecht op de evenaar staat terwijl de zonnestralen op de polen schuin invallen. In figuur 1.3.2 staat het verwarmde oppervlak aangegeven met een oranje streepje.


Figuur 1.3.2


Figuur 1.3.3

1.3.2 De hoogteligging

De hoogteligging heeft ook invloed op de temperatuur. Je hebt vast weleens gemerkt dat het op de top van een berg heel wat kouder is dan beneden. Dit heeft te maken met het opwarmen van de aarde. De aarde wordt onderaf verwarmd. Daarom is het boven op een berg vaak een stuk kouder dan wanneer je aan de voet van de berg staat.

1.3.3 De gesteldheid van het aardoppervlak

Met de gesteldheid bedoelen we de verschillen in aardoppervlak. De aarde is niet overal hetzelfde. Zo heb je land en zee. Deze verschillen in aardoppervlak zorgen ook voor verschillen in temperatuur. Omdat de aarde van binnenuit wordt verwarmd en het land de warmte en kou beter geleid, zullen de temperatuurverschillen boven land groter zijn dan boven zee. Denk maar aan de zomer, de zee is niet in één keer warm, dit gaat geleidelijk terwijl de stoeptegel in de zomer binnen een korte tijd erg heet kan zijn.

1.3.4 Zeestromen en de ligging ten opzichte van water

De stromingen van de zee bepalen voor een groot deel de klimaten. De zeestromen of golfstromen verplaatsen namelijk het water van het ene naar het andere gebied. Ze brengen koud water van het noorden naar het zuiden en het warme water van de tropen naar de polen.

In figuur 1.3.4 zijn de belangrijkste zeestromen op aarde te zien. Een sterke zeestroom in de Atlantische Oceaan vanuit het zuiden, zorgt voor aanvoer van veel warmte, wat een relatief mild klimaat in Noordwest-Europa mogelijk maakt. Een zwakke zeestroom in de Atlantische Oceaan vanuit het zuiden daarentegen, zorgt dat het koude water van het noordelijke deel van de oceaan opschuift naar het zuiden. Boven de koude oceaan kan de temperatuur fors dalen. Een verandering in de sterkte van de zeestroom kan dus voor klimaatveranderingen zorgen.


Figuur 1.3.4

Ook in Nederland merken we de invloed van de zee op ons klimaat. De luchtaanvoer over water heeft namelijk een ‘matigende’ invloed. In de zomer is de zee relatief koud ten opzichte van de lucht. De lucht boven zee wordt hierdoor afgekoeld. Als er in de zomer wind van zee komt, brengt dit dus verkoeling en het is daardoor aan de kust wat frisser dan in het binnenland. In de winter gebeurt het tegenovergestelde. De zee is dan relatief warm ten opzichte van de lucht (de zee is namelijk gedurende de hele zomer opgewarmd) en de lucht boven de zee wordt daardoor ook iets warmer. Door wind van zee, is het in de winter in kustgebieden daarom vaak wat minder koud dan verder van de kust vandaan, waar de invloed van de zee minder is.

1.3.5 De ligging van gebergten

De wind heeft veel invloed op de temperatuur. Als je nu denkt aan een hoge berg, kun je je wel voorstellen dat bergtoppen de wind, en dus ook de warme en koude lucht, hinderen. De wind heeft geen vrije doorgang. Een gebergte is dan eigenlijk een soort muur die de stroming van warme of koude lucht kan tegenhouden. Zo kan aan de ene kant van de berg de zon schijnen, terwijl het aan de andere kant regent.


Bekijk het wetenschappelijk achtergronddocument van Climate Quest: Klimaatverandering: oorzaken, gevolgen en oplossingen Authors: Rens Kortmann (CE Delft), Edgar Peijnenborgh (RPS), Judith Harrewijn en Lindske van Hulst (SME Advies)

1. Klimaat

2. Klimaatverandering in het verleden

3. Klimaatverandering in de toekomst

4. Oorzaken van de huidige klimaatverandering

5. Gevolgen van klimaatverandering

6. Maatregelen tegen klimaatvervandering

7. Wat kan ik zelf doen?

8. Alternatieve energiebronnen

9. Het klimaatbeleid van de Verenigde Staten

10. Nog meer over het klimaat