9.2 Samenwerkingsprogramma’s
Het klimaatbeleid van de VS is dus vooral gericht op vrijwillige programma’s om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Om deze programma’s te laten slagen, is een goede samenwerking nodig tussen de overheid en de bedrijven. Een voorbeeld hiervan is het "Clean Energy-Environment State Partnership". Verschillende Amerikaanse staten werken hierin samen aan een schonere energievoorziening. De staten promoten zuinig gebruik van energie, schonere energiebronnen en duurzame energiebronnen. Dit moet uiteindelijk tot een betere luchtkwaliteit leiden.

Een ander samenwerkingsverband is het in 2003 opgezette "Climate VISION Partnership". In dit programma werken de grootste industriële sectoren van de VS samen met de overheid om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Tot deze industriële sectoren behoren onder andere de energiesector, de olie-, kolen- en gassector en de transportsector.

Er zijn ook uitgebreide programma’s voor de landbouw ontwikkeld, zoals het "Environmental Quality Incentives Program & Conservation Reserve Program". De plannen moeten vooral de uitstoot van broeikasgassen in deze sector verminderen en met landbouwtechnieken CO2 uit de lucht verwijderen. Dit laatste gebeurt door beplanting. Planten nemen namelijk CO2 op en zetten dit om in zuurstof. Bossen en planten moeten dus beschermd worden. Daarnaast stimuleert het beleid windenergie en biomassa om energie op te wekken.
Tot slot probeert de Amerikaanse overheid met belastingen de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Amerikanen die schonere energiebronnen gebruiken, betalen minder belasting. Gebruiken ze energie uit fossiele brandstoffen, dan betalen ze meer. Bovendien krijgen ze belastingvoordeel als ze een zuiniger auto kopen die beter is voor het milieu (bijvoorbeeld een auto die op biobrandstoffen rijdt).

