1.4 Hoe werkt het klimaat?
De basisfactoren die de klimaten op onze aarde bepalen zijn de zon en de atmosfeer. De zon verwarmt de aarde. Een deel van de zonnestraling wordt teruggekaatst; een ander deel wordt omgezet in warmte. Broeikasgassen zoals waterdamp en CO2 leggen een warme deken om de aarde en functioneren als een soort broeikas: ze zorgen ervoor dat een deel van de warmtestraling van de grond wordt vastgehouden. Zonder dat warme-deken-effect zou de aarde veel kouder zijn. In figuur 1.4.1 wordt dit proces nog eens uitgelegd.

Figuur 1.4.1 functie van de atmosfeer
1.4.1 Kringlopen
In een klimaat komen verschillende kringlopen voor, zoals de waterkringloop in de afbeelding hieronder: De zon warmt de zee op waardoor zeewater verdampt. Dit water condenseert en er ontstaan wolken. Deze wolken verplaatsen zich naar het land. Daar nemen de wolken steeds meer vocht op afkomstig van bijvoorbeeld meren, riviertjes en planten. Deze opname van vocht gaat net zo lang door totdat de wolken te zwaar worden. Het vocht valt vervolgens in de vorm van regen of sneeuw weer op aarde. De regen wordt in de aarde opgenomen als grondwater of verplaatst zich via rivieren weer terug naar de zee en rivieren.

Figuur 1.4.2 De waterkringloop
Er zijn nog veel meer factoren die elkaar beïnvloeden, versterken, kringlopen vormen en uiteindelijk samen het klimaat in een bepaald gebied bepalen. Het klimaat is een gevolg van talloze processen die op elkaar inwerken. Al die samenhangende processen kun je dus niet afzonderlijk van elkaar bekijken; begrip van het klimaat komt alleen door het netwerk van samenhangende processen te onderzoeken.

Figuur 1.4.3 netwerk van interacties in klimaat, bron: kennislink.nl, Dossier: Broeikaseffect - vriezen of smoren

